Feedback

Respectvol abstinentiebeleid bij rampen en crises vraagt om detaillering ZiROP

OTO (Jolanda Brauer) vrijdag 22 mei 2009, 20:33
  • Doorgeklikt: 662 keer
  • | Nog geen reacties

T4-slachtoffers zijn diegenen die door hun verwondingen in een zodanige conditie verkeren dat ze niet kunnen overleven ondanks de best mogelijke zorg en wier behandeling geneeskundige hulp zou onthouden aan slachtoffers die wel een kans hebben om te overleven. Deze categorie slachtoffers vraagt speciale aandacht, onder andere voor wat betreft de wijze waarop zij (en hun familie) worden opgevangen in een speciale abstinentieruimte met specifieke zorg en begeleiding.

In het ZiROP (Ziekenhuis Rampen Opvang Plan) van het UMC St Radboud staat slechts dat T4-slachtoffers vanuit de triage- of ambulancehal naar de abstinentieruimte worden gebracht. Maar wat is een abstinentieruimte precies, waar bevindt die zich, door wie wordt hij bemand en aan welke eisen moet de ruimte voldoen? Hoogste tijd voor een herziening van het Zirop.

Ik bespreek het onderwerp met het afdelingshoofd van de Spoedeisende Hulp, een intensivist, een anesthesist en een medewerker van het mortuarium. Al snel ontspint zich een verhitte discussie over de T4-indicatie.
• Welke traumatoloog durft te beslissen dat een slachtoffer in de T4-categorie valt?
• En wat te doen bij een groot aantal T1-slachtoffers, waardoor er geen beademingsapparatuur beschikbaar is voor de T4-geïndiceerden. Detuberen in de hal? Op de ballon beademen?
• En wanneer stop je met beademen? Omdat het slachtoffer een onnatuurlijke dood sterft, moet er eerst een gemeentelijk lijkschouwer komen. De familie mag er pas bij als de officier van justitie het lijk heeft vrijgegeven, aldus de mortuariummedewerker.

Iedereen ziet het beeld weer voor zich van de vliegtuigcrash op Schiphol, de vrouw die al twee dagen wacht totdat zij herenigd wordt met haar (overleden?) man. Dit willen wij allen niet zien gebeuren!

Al snel is duidelijk dat we de vraag breder uit moeten zetten. Vóór we de afspraken rondom het abstinentiebeleid kunnen aanscherpen, moet de groep rond de tafel uitgebreid worden met een jurist, een gemeentelijk lijkschouwer en een officier van justitie. Via het Stafconvent van het UMC zetten we bovendien de vraag uit welke specialist de abstinentieruimte het beste kan bemannen. Wordt vervolgd dus!



T1: Slachtoffers die acuut levensbedreigd zijn en onmiddellijk behandeld moeten worden om deze levensbedreiging weg te nemen. Er is sprake van een instabiele situatie, voortdurende bewaking is vereist. Er kan onderscheid gemaakt worden in T1-slachtoffers, waarbij geen röntgenfaciliteit nodig is (A/B problemen, geen mechanisch trauma) versus wel benodigde röntgenfaciliteiten (C/D probleem bij mechanisch trauma). Deze laatste categorie moet bij voorkeur op de traumakamers 1 en 2 opgevangen worden; de andere slachtoffers dienen op andere kamers ontvangen worden om de doorstroom zo optimaal mogelijk te houden.
T2: Slachtoffers die ernstig letsel hebben, niet in acuut levensgevaar zijn maar binnen 6 uur chirurgische of geneeskundige interventie nodig hebben. Er is sprake van een stabiele situatie maar bewaking en opname is vereist.
T3: Slachtoffers met minder ernstige verwondingen al dan niet mobiel. Behandeling kan zonder gevaar 6 uur worden uitgesteld of eventueel poliklinisch behandeld worden.
T4: Slachtoffers die door hun verwondingen in een zodanige conditie verkeren dat ze niet kunnen overleven ondanks de best mogelijke zorg en wier behandeling geneeskundige hulp zou onthouden aan slachtoffers die wel een kans hebben om te overleven. Met name deze categorie vraagt speciale aandacht. Slachtoffers die gaan overlijden moeten worden opgevangen in een speciale abstinentieruimte met specifieke zorg en begeleiding. Dit is een taak van het OT VPL (zie hoofdstuk 5).
* Overleden slachtoffers gaan naar het mortuarium.



Stuur door


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.

Reageer zelf op dit bericht



Code (verplicht)




Nooit meer de code overtypen?
Meld je aan of log in.