Een jaar Acute Zorgpost ’s nachts in Nieuwegein

Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) maandag 1 februari 2010, 09:45
Thema's:

Sturms LM, Hermsen LAH, van Stel HF, Schrijvers AJP. Een jaar Acute Zorgpost ’s nachts in Nieuwegein. Evaluatie van de integratie van de huisartsenpost Nieuwegein en de afdeling Spoedeisende Hulp van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein tijdens de nacht. Utrecht: Julius Centrum; 2009

Tussenrapportage over de samenwerking tussen de huisartsenpost Nieuwegein en de afdeling spoedeisende hulp van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Vanaf augustus 2008 werken de huisartsenpost (HAP) Nieuwegein en de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein ’s nachts samen op de Acute Zorgpost (AZP). Vanaf medio september 2009 is de samenwerking uitgebreid naar de avonden en de weekenden overdag. De AZP biedt op één plek acute huisartsenzorg en acute ziekenhuiszorg voor patiënten met een spoedzorgvraag. Onderzocht is in hoeverre de introductie van de AZP ’s nachts heeft geleid tot een afname van het aantal behandelingen van zelfverwijzers door de SEH alsook tot veranderingen in doorlooptijden voor de patiënten, het aantal doorverwijzingen door de huisarts, de ervaren werkdruk van professionals, de kwaliteit van zorg vanuit patiëntenperspectief en het vervolg zorggebruik van de patiënten.

Voor de AZP werden de volgende doelstellingen gedefinieerd:
- het leveren van hoogwaardig gekwalificeerde zorg
- het bieden van duidelijkheid voor de patiënt
- het efficiënt inzetten van mensen en middelen
In nauw overleg tussen de HAP en de SEH zijn afspraken gemaakt over het verwerken van acute zorgvragen van patiënten op de AZP. Patiënten die zich direct melden bij de balie van de AZP worden door een SEH-verpleegkundige met behulp van het Manchester Triage Systeem (MTS) getrieerd naar urgentie en behandelaar (SEH of huisarts). Hierover zijn uitgebreide afspraken gemaakt tussen de huisartsen en de SEH. Ingestuurde patiënten (door huisarts, specialist of ambulance) worden direct gezien door de SEH. Patiënten die eerst telefonisch contact hebben gezocht via het telefoonnummer van de HAP krijgen een afspraak bij de huisarts (consult). Om de effecten van de introductie van het organisatiemodel AZP te evalueren worden herhaalde metingen uitgevoerd door het Julius Centrum van het UMC Utrecht. In deze tussenrapportage worden de resultaten van de eerste twee metingen beschreven. Hierbij is onderzocht in hoeverre de introductie van de AZP ’s nachts heeft geleid tot een afname van het aantal behandelingen van zelfverwijzers door de SEH alsook tot veranderingen in doorlooptijden voor de patiënten, het aantal doorverwijzingen door de huisarts, de ervaren werkdruk van professionals, de kwaliteit van zorg vanuit patiëntenperspectief en het vervolg zorggebruik van de patiënten.
Algemene bevindingen evaluatie AZP ‘s nachts
(1) Verschuiving van de behandeling van zelfverwijzers naar de huisarts
De nieuwe organisatievorm heeft geleid tot een reductie van de behandeling van zelfverwijzers door de SEH. Gedurende het jaar na de opening van de AZP werden gemiddeld
één tot drie zelfverwijzers ’s nachts behandeld door de huisarts. Voorheen werden deze patiënten behandeld door de SEH. In juli 2009, een jaar na de opening van de AZP, werden ’s nachts nog gemiddeld 1,4 zelfverwijzers behandeld door de SEH.
(2) Zorgafspraken nagekomen op de AZP
Bij de toewijzing van de zelfverwijzers ’s nachts op de AZP aan de huisarts of de SEH door de triage verpleegkundige zijn de zorgafspraken hierover grotendeels nagekomen. Het aandeel zelfverwijzers dat wordt behandeld door de huisarts kan verder toenemen als, volgens afspraak, alle zelfverwijzers met niet-urgente extremiteitklachten en wonden naar de huisarts worden verwezen.
(3) AZP ‘s nachts: geen effect op de doorlooptijden
Vergeleken met de gescheiden werkwijze van de HAP en SEH vóór de opening van de AZP ‘s nachts, werd geen verandering in de doorlooptijden (wachttijd, behandelduur en totale doorlooptijd) van de patiënten geconstateerd. Echter gedurende de onderzoeksperiode was de verandering in het aantal patiënten behandeld door de huisartsen en de SEH ook minimaal.
(4) AZP ‘s nachts: geen effect op het aantal doorverwijzingen door de huisarts
In totaal bleken de huisartsen gemiddeld één op de zeven consulten (14%) door te verwijzen naar de SEH. Hoewel de huisarts ’s nachts op de AZP dichterbij de mogelijkheid zat om de patiënt over te dragen aan de SEH voor verdere diagnostiek of behandeling, heeft de huisarts hier niet extra gebruik van gemaakt.
(5) Ervaren werkdruk HAP medewerkers ’s nachts op de AZP gestegen
In het algemeen werd een toename van de ervaren werkdruk onder de HAP medewerkers geconstateerd: zowel tijdens de nachten op de AZP als tijdens de avonden/weekenden op de HAP. De SEH medewerkers hebben op de AZP ’s nachts een afname in de ervaren werkdruk ervaren. Uiteindelijk bleek ’s nachts op de AZP de ervaren werkdruk van de HAP medewerkers gelijk aan die van de SEH medewerkers. De veranderingen in de ervaren werkdruk resulteerden niet een verandering in de mate van tevredenheid hierover.
(6) Patiënten behandeld ’s nachts op de AZP hebben alleen veranderingen in wachttijden ervaren
De patiënten op de AZP rapporteerden geen significante veranderingen in hun ervaringen ten opzichte van patiënten die waren behandeld in de periode vóór de opening van de AZP. Wel viel een noemenswaardig verschil op in ervaringen over de wachttijden. De zelfverwijzers op de AZP, behandeld door de SEH, waren hier positiever over dan de zelfverwijzers die zich in het verleden meldden bij de balie van de SEH. Daarentegen waren de patiënten die ’s nachts op de AZP door de huisarts werden behandeld (consulten en zelfverwijzers getrieerd naar de huisarts) juist negatiever over de ervaren wachttijden dan de patiënten die in het verleden ’s nachts op consult kwamen op de HAP.
(7) Patiënten rapporteerden na behandeling ’s nachts op de AZP geen ander vervolg zorggebruik
Geen verandering werd geconstateerd in het aandeel patiënten dat na behandeling ’s nachts op de AZP direct werd opgenomen in het ziekenhuis of in de week na het bezoek nogmaals contact had gezocht met een professionele hulpverlener.

Algemene conclusie
Geconcludeerd kan worden dat ’s nachts op de AZP op een efficiëntere wijze spoedzorg werd geleverd doordat een deel van de zelfverwijzers door de huisarts is behandeld en dat deze patiënten geen groter vervolgzorg gebruik rapporteerden. Dit is niet ten koste gegaan van de kwaliteit van zorg vanuit patiëntenperspectief. Voor de professionals heeft het werken ’s nachts op de AZP geleid tot veranderingen in de ervaren werkdruk. De HAP medewerkers hebben een toename in werkdruk ervaren, de SEH medewerkers een
afname. De hoogte van de ervaren werkdruk ’s nachts op de AZP bleek niet te verschillen tussen beide groepen medewerkers en niet te hebben geleid tot veranderingen in de mate van tevredenheid over de ervaren werkdruk.

Lees hier het hele rapport



Stuur door


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.

Reageer zelf op dit bericht



Code (verplicht)




Nooit meer de code overtypen?
Meld je aan of log in.