Beleidsmemo: Organisatie van de spoedzorg ‘s nachts in de regio Utrecht

Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) zondag 2 maart 2008, 10:51
Thema's:

M. te Grotenhuis. Beleidsmemo: Organisatie van de spoedzorg ‘s nachts in de regio Utrecht. Over problemen en mogelijke oplossingen; van kapitaalvernietiging tot megalomane waanzin. Utrecht: Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en eerstelijns Geneeskunde, 2006

Deze scriptie, waarin een beleidsadvies wordt gegeven voor de spoedzorg in de nachtelijke uren, is gebaseerd op literatuur- en nachtelijk veldonderzoek naar de knelpunten in de spoedzorg ’s nachts in de regio Utrecht, en de mogelijkheden tot verbeteringen hierin.

De huidige organisatie van de acute zorg ‘s nachts
Bij de invulling van de acute zorg ’s nachts in de regio Utrecht zijn zes groepen aanbieders betrokken; de Huisartsenposten (HAPs), de Spoedeisende Hulp afdelingen (SEHs), de Regionale Ambulancevoorziening Utrecht (RAVU), de crisisdiensten van de Geestelijke Gezondheids- en verslavingszorg (GGZ), de acute Thuiszorg en de Intensive Care (IC) afdelingen. Hierbij zijn de HAPs, Ambulancedienst en acute thuiszorg direct benaderbaar voor de patiënt. De SEHs en crisesdienst van de GGZ zijn in principe alleen bereikbaar via de HAP of Ambulancedienst, terwijl de IC alleen toegankelijk is via de tweedelijn, in dit geval de SEH. De structuur en omvang van de verschillende aanbieders verschilt.
In principe is het de bedoeling dat patiënten eerst bellen met de HAP, alvorens zich fysiek te melden op een post. Bij grote urgentie kunnen patiënten het alarmnummer 112 bellen. Aanlopers op de posten worden meestal ter plekke geholpen.

Kwantiteit van het zorgaanbod
Tijdens de nachten zijn vijf van de acht Huisartsenposten in de provincie Utrecht geopend en deze bevinden zich in Amersfoort, Nieuwegein. Woerden, Zeist en Utrecht. Voor de post in Houten is er wel een arts, echter deze rijdt vanuit Utrecht zijn visites. Slechts bij uitzondering worden patiënten op de post in Houten gezien. De triage voor deze post wordt verricht door de doktersassistent in Nieuwegein. Op de meeste posten is één arts werkzaam, alleen in Utrecht zijn er twee artsen.
In zeven ziekenhuizen in de provincie Utrecht is er ’s nachts een SEH-afdeling open, te weten in het UMC in Utrecht, het Mesos Medisch Centrum Oudenrijn in Utrecht, het Diakonessenhuis in Utrecht, het Diakonessenhuis in Zeist, het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis in Woerden en het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein.
De ambulancezorg ´s nachts wordt geleverd door twee centralisten op de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) en elf koppels hulpverleners, bestaande uit een verpleegkundige en een chauffeur, die op de ambulance vanuit elf ambulance-standplaatsen de daadwerkelijke zorg verlenen.
Verder zijn er vier aanbieders van acute thuiszorg, die in een groot gedeelte van Utrecht acute thuiszorg aanbieden en kan voor acute psychische hulp de crisisdienst van de GGZ ingeschakeld worden. Ten slotte zijn ook de IC-afdelingen in zes ziekenhuizen betrokken bij de acute zorg ’s nachts.

Kwantiteit van de zorgvraag
Uit de meetweekgegevens 2004 en 2005 blijkt dat er per week ’s nachts ongeveer 900 contacten zijn met de acute zorg, waarvan ongeveer 200 met de SEH, 450 met de HAP en 200 met de ambulancedienst. Op de HAP vinden per post per nacht 1-30 contacten plaats, waarvan 1-12 telefonische consulten, 0-17 consulten op de post en 0-8 visites. Op de SEH vinden per afdeling 0-15 contacten plaats. De ambulancedienst kreeg per nacht 23-49 oproepen, waarvan ongeveer 80% A-ritten en 20% B-ritten.

Problemen en mogelijke oplossingen van de werkvloer
Uit gesprekken met professionals, ondersteund door informatie uit eerder verschenen adviezen en rapporten, zijn de volgende verbeterpunten voor de acute zorg ’s nachts gekomen:
- Overcapaciteit: Dit geldt met name voor sommige SEH-afdelingen en Huisartsenposten. De vraag aan zorg ’s nachts is zo klein, dat er op deze posten amper wat te doen is. Aan de doelmatigheid van de huidige opzet wordt getwijfeld.
- Patiënten komen via de verkeerde route vaak bij de verkeerde hulpverlener: Op de HAP en SEH komen veel patiënten zonder eerst te bellen met de HAP. Tevens presenteren veel patiënten zich op de SEH met een probleem dat eigenlijk bij de huisarts hoort. Zowel de kwaliteit als doelmatigheid van de zorg verminderen hierdoor.
- Ondercapaciteit: Met name de ambulancedienst, maar ook enkele SEHs kunnen op piekmomenten de vraag amper aan. De hulpverleners hebben moeite om goede kwaliteit van zorg te kunnen blijven bieden.

Zowel van de werkvloer, als ook uit eerder verschenen adviezen en rapporten, zijn verschillende suggesties gekomen om de acute zorg ’s nachts te verbeteren. De belangrijkste zijn:
- Samenvoegen van SEHs. ’s Nachts worden kleinere SEHs gesloten en kunnen patiënten naar de grotere afdelingen in andere nabijgelegen ziekenhuizen.
- Huisartsenposten fysiek sluiten. Triage vindt centraal plaats en wanneer een patiënt gezien moet worden rijdt één van de huisartsen hiervoor een visite.
- Triage voor de huisarts centraliseren, maar de posten gewoon open houden. Patiënten worden, indien nodig, door de dokterassistent verwezen naar de post bij de patiënt in de buurt.
- SEH en HAP volledig integreren. Of alle patiënten worden in eerste instantie door één type professional gezien, of SEH-arts en Huisarts functioneren naast elkaar op de SEH
- Triage SEH en HAP integreren. Één gezamenlijke voordeur met daarachter twee gescheiden afdelingen.
- Overplaatsingen tussen ziekenhuizen uitstellen tot de ochtend. Dit kan in observatoria, afdelingen voor kortdurend verblijf, welke in sommige ziekenhuizen al aanwezig zijn.
- Bij drukte onderlinge uitwisseling van ambulanceritten en huisartsvisites. Er bestaat een grijs gebied waarbinnen zowel huisartsen als ambulancepersoneel de ambulante zorg kan verlenen.
- Integratie van de aansturing van ambulances en huisartsenvisites. De centralist van de meldkamer ambulancezorg zou ook de huisartsenauto’s aan kunnen sturen.

Beleidsadvies
Op basis van wat ik gehoord, gelezen en gezien heb, kom ik tot het volgende advies voor de organisatie van de spoedzorg ’s nachts.
- De spoedzorg is voor patiënten ’s nachts via twee telefonische wegen bereikbaar, te weten het alarmnummer 112 voor de zeer acute zorgvragen, en een nummer voor minder acute zorgvragen. Het is niet de bedoeling dat patiënten op eigen initiatief naar de zorgposten komen.
- De centralist van de meldkamer ambulancezorg kan een ambulancerit uitgeven, de beller verwijzen naar het andere nummer (al dan niet door directe doorschakeling) of in een enkel geval de hulpvraag zelf volledig afhandelen. Achter het nummer voor minder acute zorgvragen zit een professional die middels telefonische triage bepaalt wie de patiënt kan/moet helpen; hijzelf, een huisarts, de acute thuiszorg, of iemand van de SEH. Eventueel kan hij doorschakelen naar de ambulancedienst of acute thuiszorg. Ook bepaalt hij waar de patiënt gezien moet worden; bij de patiënt thuis, op de HAP, of op de SEH. De gegevens uit deze triage worden direct elektronisch genoteerd, zodat ze doorgezonden kunnen worden naar de hulpverleners naar wie verwezen wordt.
- Er worden afspraken gemaakt over de indicaties voor huisartsvisites en voor ambulanceritten. Indien beide zouden kunnen rijden bij een bepaalde zorgvraag, wordt de patiënt in principe bezocht door de instelling die de oproep binnen heeft gekregen. Echter wanneer deze met grote drukte te kampen heeft is het mogelijk de andere discipline te vragen om de patiënt te bezoeken.
- Waar mogelijk worden HAP en SEH zo dicht mogelijk bij elkaar geplaatst, liefst als twee afdelingen direct naast elkaar, en hebben ze één gemeenschappelijke balie. Bij deze balie kunnen de patiënten die telefonisch verwezen zijn zich melden. Achter de balie zit de professional die ook de telefonische triage heeft uitgevoerd, zodat direct duidelijk is naar welke afdeling de patiënt verwezen moet worden. Eventuele aanlopers worden hier ook opgevangen en alsnog getrieerd. De HAP en SEH blijven dus als twee zelfstandige eenheden functioneren, echter met een gemeenschappelijke voordeur.
In gebieden waar het dichtstbijzijnde ziekenhuis op grote afstand ligt, is een hulppost dichterbij noodzakelijk. In deze gebieden blijft een zelfstandig functionerende HAP bestaan. De telefonische triage voor dit gebied wordt verricht vanuit één van de gemeenschappelijke balies. De huisarts bevindt zich op of in de nabijheid van de post, zodat patiënten snel op de HAP gezien kunnen worden en visites vlot gereden kunnen worden.
- Wanneer een patiënt door de professional achter de balie naar de SEH verwezen is, vindt hier opnieuw triage plaats. De gegevens van de triage aan de balie worden elektronisch doorgezonden en kunnen hierbij gebruikt worden. Vervolgens wordt het zorgtraject bepaald, en daarmee ook door wie de patiënt gezien moet worden..
- Over sluiting van SEH-afdelingen worden nu geen concrete aanbevelingen gedaan. Echter, met name in de stad Utrecht moet onderzocht worden of het open hebben van drie SEHs in de nacht doelmatig is. Wellicht is het in de toekomst mogelijk één of meerdere afdelingen te sluiten.
- ’s Nachts worden in principe geen bestelde ritten meer gereden door de ambulances. Patiënten op de SEH worden, indien nodig, in het eigen huis opgenomen, eventueel op een observatorium. De volgende dag kunnen patiënten alsnog overgeplaatst worden.

Lees hier de hele scriptie



Stuur door


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.

Reageer zelf op dit bericht



Code (verplicht)




Nooit meer de code overtypen?
Meld je aan of log in.