Psychiatrische patiënten op het politiebureau: beoordeling door wachtdienstarts
Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) zondag 1 februari 2009, 11:47 Aardoom HA, Nijs HGT, Huisman-Wolfs MM. Psychiatrische patiënten op het politiebureau in de regio Zuid-Holland Zuid: beoordeling door de wachtdienstarts van de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:1792-5
Doel.
Beschrijven van epidemiologische gegevens van ambulante psychiatrische patiënten die naar het politiebureau zijn gebracht of zelf zijn gekomen, maar niet zijn ingesloten, ten behoeve van de ontwikkeling van een opvangprotocol.
Opzet.
Descriptief.
Methode.
De gegevens uit de verrichtingenregistratie van de wachtdienstartsen in dienst van de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zuid-Holland Zuid over het jaar 2000 werden geïnventariseerd.
Resultaten.
De wachtdienstartsen zagen op verzoek van de politie 203 cliënten. Het betrof vooral mannen van middelbare leeftijd die wel eigen huisvesting hadden. De reden voor politiebemoeienis was afwijkend of verward gedrag in het openbaar. De helft had reeds begeleiding (gehad) vanuit de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Bij ongeveer de helft van de cliënten werd door de wachtdienstarts samen met de politie een oplossing gevonden. Bij de andere helft werd de acute dienst van de GGZ om een beoordeling gevraagd. Van hen werd tweederde opgenomen en eenderde heengezonden. Doordat onderzoek door zowel wachtdienstarts als GGZ-psychiater en de verdere procedure lang duurden (tot 6 h), moesten cliënten lang in een 'opvangkamertje' op het politiebureau verblijven, dat niet was ingericht voor een verblijf van een dergelijke duur. Veelal ontbrak daarin een toilet.
Conclusie.
De wachtdienstarts behandelde ongeveer de helft van de cliënten zonder dat hulp van de acutedienstpsychiater nodig was. De tijdelijke opvangfaciliteiten voor deze verwarde cliënten waren onvoldoende.




Reacties