Visites bij de Centrale Huisartsenposten ZOB en Huisartsenpost HOV. Wat zijn de verschillen?
Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) maandag 29 juni 2009, 08:11- Huisartsen (en HAP) |
- Onderzoek |
- Doorgeklikt: 1078 keer
- | Nog geen reacties
De Weerd C, Keppel L. Visites bij de Centrale Huisartsenposten ZOB en Huisartsenpost HOV. Wat zijn de verschillen? Maastricht, Universiteit Maastricht 2009
Huisartsenposten nemen een steeds belangrijkere rol in binnen de huisartsgeneeskunde, bijna alle huisartsen in Nederland zijn aangesloten bij een huisartsenpost. De laatste jaren neemt het totaal aantal hulpvragen per jaar met 6,8% toe. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de visites die gereden worden in de avond,- nacht- en weekenddiensten.
Doel
Belangrijkste doel is het achterhalen welke variabelen van invloed zijn op de uitkomst van de visites en wat de verschillen zijn van de variabelen geslacht, leeftijd, urgentie, uitkomst en stedelijkheidsklasse op het aantal visites bij de huisartsenposten ZOB en HOV.
Opzet
Cross-sectioneel, observationeel onderzoek.
Methode
Alle zorgvragen die van 01-02-2008 tot en met 31-01-2009 geleid hebben tot een visite op de CHP ZOB en huisartsenpost HOV zijn bestudeerd. Geïncludeerd zijn 25.186 visites, waarvan 11.693 gereden door CHP ZOB en 13.493 door huisartsenpost HOV. Aan de hand van de registratie van de visiteartsen in Callmanager zijn ICPC-codes gebruikt als diagnose en door de onderzoekers zijn de uitkomsten dood, ingestuurd, verrichting, medicatie en expectatief toegekend. Door middel van T-toets, Chi-kwadraat toets, univariate en multivariate regressieanalyse is getracht de onderzoeksvragen te beantwoorden.
Resultaten
Verschillen tussen de huisartsenposten zijn dat voor de visites gereden door CHP ZOB geldt dat de gemiddelde leeftijd van de patiënten hoger is, er meer voor vrouwen gereden wordt, meer voor urgentie U1 en U2, meer voor uitkomst ingestuurd en meer voor stedelijkheidsklasse stedelijk en gemengd. Voor de visites gereden door huisartsenpost HOV geldt dat er meer gereden wordt voor urgentie U4, voor de uitkomsten verrichting, medicatie en expectatief en meer voor stedelijkheidsklasse landelijk. De huisartsenpost zelf heeft een invloed op de uitkomst ingestuurd, bij CHP ZOB worden significant meer patiënten ingestuurd.
Bij CHP ZOB zijn positieve predictoren in het multivariate regressiemodel voor uitkomst ingestuurd urgentie U1, ICPC-code K en R, voor de uitkomst verrichting zijn dit ICPC-code S en U en voor uitkomst medicatie zijn dit ICPC-code R, T en U. Negatieve predictoren voor uitkomst ingestuurd zijn vrouwelijk geslacht, urgentie U3, urgentie U4, ICPC-code A, N, P, S en Z. Voor de uitkomst verrichting zijn dit vrouwelijke geslacht, ICPC-code A, D, K, L, N, P en Z en voor de uitkomst medicatie zijn dit urgentie U1, ICPC-code A, K, N, P en Z. Bij huisartsenpost HOV zijn positieve predictoren in het multivariate regressiemodel voor uitkomst ingestuurd ICPC-code K en R, voor de uitkomst verrichting zijn dit leeftijd 70 jaar of ouder, ICPC-code S en U, voor uitkomst medicatie ICPC-code D, L, R en U. Negatieve predictoren voor uitkomst ingestuurd zijn urgentie U3 en U4, ICPC-code A, N, P, S, T en Z, voor uitkomst verrichting zijn dit vrouwelijk geslacht, ICPC-code A, D, K, L, N, P, T en Z en voor uitkomst medicatie zijn dit urgentie U1, ICPC-code A, N, P en Z.
Conclusie
Op basis van dit onderzoek blijkt dat er verschillen zijn tussen de beide huisartsenposten, hiermee kan rekening gehouden worden binnen de organisatie. Er kunnen geen definitieve uitpraken gedaan worden over de invloed van predictoren op de uitkomst van de visite, omdat er waarschijnlijk meer predictoren hun invloed uitoefenen, die niet meegenomen zijn in dit onderzoek.




Reacties