Trombolyse bij acuut hartinfarct: bepalende factoren

Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) woensdag 1 april 2009, 13:38
Thema's:

Brügemann J. Thrombolysis in Acute Myocardial Infarction. Factors Determining its Efficacy. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; 1994.

Na een plotselinge afsluiting van een kransslagader door een bloedstolsel krijgt het stroomgebied van dat vat geen bloed meer aangevoerd. Bij blijvende belemmering zal vervolgens een deel van de hartspier afsterven hetgeen een hartinfarct genoemd wordt. Afhankelijk van de plaats van afsluiting zal er veel of weinig schade optreden. Soms ontstaat acuut pompfalen al of niet met de fatale ritmestoornis kamerfibrilleren. Twee maatregelen hebben geleid tot een afname aan de sterfte aan het hartinfarct: het opzetten van hartbewakingsafdelingen en het invoeren van de electrische defibrillatie. Een verdere vermindering van niet alleen de sterfte maar ook van de ziekteverschijnselen, werd verkregen door toepassing van bloedstolsel-oplossende (thrombolytische) therapie.

Deze behandeling werd in 1933 voor de eerste keer beschreven en klinische experimenten werden al in 1940 in de Verenigde Staten verricht. Het heeft nog tot 1986 geduurd, het jaar waarin de Italiaanse GISSI-1 studie gepubliceerd werd, tot deze therapie algemeen geaccepteerd werd. Kort daarna werd de Britse ISIS-2 studie gepubliceerd die leidde tot de huidige standaard-therapie bij het dreigend hartinfarct, n.l. het thrombolyticum streptokinase, aangevuld met aspirine (en heparine). Deze behandeling is echter niet altijd succesvol. Falen van thrombolytische therapie kan berusten op het niet opengaan òf het snel weer dicht gaan van het geopende bloedvat. Het toedienen van thrombolytica kan ook gepaard gaan met bloedingsbijwerkingen die een gunstig effect kunnen overschaduwen. In dit proefschrift worden factoren beschreven die de effectiviteit van de thrombolytische therapie beïnvloeden. In de eerste plaats is dit de tijd die verloopt tussen het krijgen van klachten en de aanvang van de behandeling. Hoe langer (een deel van) de hartspier verstoken is van zuurstof, hoe meer cellen afsterven. Thuisbehandeling leek het meest geschikt om dit tijdverlies zo veel mogelijk te verkleinen. Dit was de reden om in Groningen hier een onderzoek naar te doen. Door logistieke problemen bij het vaststellen van de diagnose hartinfarct trad er echter een tijdverlies van gemiddeld 24 minuten op, terwijl de transporttijd naar het ziekenhuis slechts gemiddeld 9 minuten bedroeg. Derhalve kwamen wij tot de conclusie dat in een stad als Groningen, een patiënt die verdacht wordt van een dreigend hartinfarct, beter onverwijld naar het ziekenhuis getransporteerd kan worden. Na aankomst in het ziekenhuis dient tijdverlies door protocollaire behandeling zoveel mogelijk voorkomen te worden.

Lees hier het hele proefschrift



Stuur door


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.

Reageer zelf op dit bericht



Code (verplicht)




Nooit meer de code overtypen?
Meld je aan of log in.