Direct dotteren blijft de beste behandeling bij een hartinfarct

Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) woensdag 1 april 2009, 13:05
Thema's:

Rasoul S. Prognostic and therapeutic challenges in acute coronary syndromes. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; 2007.

Direct dotteren blijft de beste behandeling bij een hartinfarct. Dat blijkt uit onderzoek van UMCG-promovendus Saman Rasoul, uitgevoerd in de Isala klinieken te Zwolle. Hij bevestigt hiermee bevindingen van de Zwolse onderzoeksgroep cardiologie uit de jaren 1990, op basis waarvan direct dotteren de eerste keus behandeling werd.

Rasoul stelt vast dat de eerder aangetoonde lage sterfte bij direct dotteren bij een hartinfarct ook in de dagelijkse praktijk kan worden waargenomen. De verbetering van behandeling en prognose lijkt vooral te danken aan een betere medicamenteuze behandeling conform de richtlijnen.Rasoul bestudeerde de behandeling en de sterfte van patiënten die in Zwolle waren opgenomen met een hartinfarct tussen 1994 en 2004. Het aantal patiënten per jaar steeg van minder dan 200 patiënten in 1994 tot meer dan 600 patiënten in 2004. In deze periode nam de gemiddelde leeftijd aanzienlijk toe. Het bleek dat het gebruik van in de richtlijnen aanbevolen medicijnen toenam en de duur van de ziekenhuisopname duidelijk afnam. Ook overlijden na een hartinfarct kwam minder vaak voor, zowel tijdens de ziekenhuisopname als het jaar na het infarct.
De diagnose hartinfarct wordt gesteld aan de hand van klinische, elektrocardiografische en biochemische kenmerken. De oorzaak is een plotse afsluiting van een kransvat. Op basis van het elektrocardiogram (ECG) wordt een hartinfarct onderverdeeld in een ST-elevatie hartinfarct (STEMI) en een niet-STelevatie hartinfarct (niet-STEMI). In de acute fase is behandeling afhankelijk van het klinische beeld van de patiënt en het ECG. In dit proefschrift worden diverse klinische aspecten, behandeling en uitkomsten van patiënten met een hartinfarct beschreven.

Hoofdstuk 2.3 beschrijft de haalbaarheid en het belang van pre-hospitale infarctdiagnostiek. Pre-hospitale infarctdiagnostiek werd door een ambulanceverpleegkundige verricht met gebruikmaking van software voor elektrocardiografische analyse. Indien de diagnose STEMI werd gesteld, werden patiënten direct verwezen naar een dottercentrum voor primaire PCI. In het huidige onderzoek werden STEMI patiënten waarbij pre-hospitale infarctdiagnostiek werd toegepast (N=209), vergeleken met patiënten (N=258) die werden verwezen uit omliggende ziekenhuizen. Het doel was te onderzoeken of door snellere diagnosestelling met behulp van pre-hospitale diagnostiek, de prognose van STEMI-patiënten verbetert. Bij 59% in de ambulancegroep en 43% in de verwezen groep werd binnen 90 min na het ontstaan van de klachten gestart met medicamenteuze therapie. Pre-hospitale infarctdiagnostiek leidde tot een betere systolische linkerventrikelfunctie, een lagere sterfte (2.1% versus 6.0%, p=0.04) en tot een lager gecombineerd eindpunt van sterfte en re-infarct (3.6% versus 10.5%, p=0.006). Geconcludeerd kan worden dat pre-hospitale infarctdiagnostiek en triage goed toepasbare methoden zijn en de prognose vanSTEMI-patiënten verbeteren.

Lees hier het hele proefschrift



Stuur door


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.

Reageer zelf op dit bericht



Code (verplicht)




Nooit meer de code overtypen?
Meld je aan of log in.