Feedback

Hart- en vaatziekten in Nederland 2008, cijfers over ziekte en sterfte

Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) woensdag 1 april 2009, 12:34
Thema's:

Vaartjes I, Peters RJG, van Dis SJ, Bots ML. Hart- en vaatziekten in Nederland 2008, cijfers over ziekte en sterfte. Den Haag: Nederlandse Hartstichting, 2008.

Rapport van de Nederlandse Hartstichting met cijfers over ziekte en sterfte aan hart- en vaatziekten in Nederland.In verschillende hoofdstukken wordt beschreven of er verschillen tussen mannen en vrouwen zijn in ziekte, prognose en sterfte aan hart- en vaatziekten.

De Hartstichting is van mening dat de verschillen tussen mannen en vrouwen meer aandacht verdienen, zowel in de klinische praktijk als in het wetenschappelijk onderzoek. Tevens wordt ingegaan op verschillen in prognose tussen etnische bevolkingsgroepen. Bij de thema’s waarbij de prognose na een eerste ziekenhuisopname centraal staat, wordt gebruik gemaakt van koppeling van bestanden met de Landelijke Ziekenhuis Registratie (LMR). In dit rapport treft u een validatieonderzoek van de ontslagdiagnose ‘acuut hartinfarct’.

Hart- en vaatziekten vormen nog altijd de grootste doodsoorzaak in Nederland (hoofdstuk 1), met 41.355 sterfgevallen in 2007, waarvan 19.662 mannen en 21.693 vrouwen. Dertig procent van de mannen en 32% van de vrouwen overlijdt aan hart- en vaatziekten. Er overleden meer mannen aan ischemische hartziekten dan vrouwen, terwijl vrouwen vaker overleden aan een beroerte en aan hartfalen. Het aantal sterfgevallen aan hart- en vaatziekten daalt nog steeds gestaag, zowel bij mannen en vrouwen en in alle leeftijdsklassen. Het aantal ziekenhuisopnamen voor hart- en vaatziekten neemt toe voor zowel mannen als vrouwen. Uit koppelingsonderzoek van de landelijke medische registratie (Prismant) met de doodsoorzakenregistratie (CBS) blijkt dat allochtone bevolkingsgroepen een hogere kans op overlijden hebben na een eerste ziekenhuisopname vanwege hart- en vaatziekten dan autochtone Nederlanders. Surinamers en niet-Westerse migranten hebben vooral een verhoogde sterftekans na een beroerte. Turken hebben een hogere sterftekans na een opname voor hartfalen. Een verklaring voor de verschillen ontbreekt vooralsnog. Het klinisch beloop van aangeboren hartafwijkingen wordt in hoofdstuk 3 weergegeven op basis van de CONCOR-registratie. Vrouwen met een aangeboren hartafwijking hebben een hogere kans op pulmonale hypertensie en een lagere kans op endocarditis en aortacomplicaties dan mannen. Vrouwen krijgen minder vaak een ICD geïmplanteerd ondanks het feit dat bij mannen en vrouwen even vaak ventriculaire ritmestoornissen optreden. Op basis van het eerder genoemde koppelingsonderzoek van landelijke registraties zijn tevens de overlijdenskansen berekend voor patiënten die in het ziekenhuis opgenomen waren voor hartfalen. Een maand na de opname is reeds 18% overleden. Na één jaar is dat reeds 37% en na vijf jaar is nog slechts eenderde van de patiënten in leven. Vrouwen overleden vaker aan een beroerte en aan de gevolgen van diabetes mellitus dan mannen.
De kans op sterfte na een opname vanwege een lekkend (of gebarsten) aneurysma van de abdominale aorta is heel erg hoog (na 6 jaar is 85% van de vrouwen en 66% van de mannen overleden) en neemt toe met de leeftijd. Wanneer er slechts sprake is van een verwijding van de aorta ligt de overlijdenskans een stuk lager. In een vergelijking van de landelijke ziekenhuisontslagdiagnose van een acuut hartinfarct (LMR) met die van een ander systeem uit de Maastrichtse regio bleek 83% van de patiënten dezelfde diagnose in beide registratiesystemen te hebben. Van de personen met een diagnose van een acuut hartinfarct geregistreerd op de afdeling Cardiologie in het Maastrichtse Medisch Centrum, bleek 14% in de landelijke registratie onder ICD codes voor angina pectoris of coronairsclerose geregistreerd te staan. Het artikel laat zien dat trends in de incidentie van een ziektebeeld als het acuut hartinfarct goed bestudeerd kunnen worden met deze registraties. Capita Selecta staat in het teken van de menopauze en hart- en vaatziekten. Premenopauzale vrouwen hebben een lager risico op hart- en vaatziekten dan postmenopauzale. Tijdens en na de menopauze stijgen onder meer het cholesterolgehalte, de bloeddruk en de body mass index, waardoor het risico op hart- en vaatziekten gaat toenemen. Een behandeling met hormoonvervanging kan de cardiovasculaire risicofactoren gunstig beïnvloeden, echter uit klinisch onderzoek bij vrouwen na de overgang bleek dat deze verbetering in risicofactoren niet gepaard ging met een lagere kans op hart- en vaatziekten.

Lees hier het volledige rapport



Stuur door


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.

Reageer zelf op dit bericht



Code (verplicht)




Nooit meer de code overtypen?
Meld je aan of log in.