Capaciteitsplan en advies 2008 vervolgopleidingen

Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) woensdag 1 april 2009, 13:45
Thema's:

Capaciteitsorgaan. Capaciteitsplan 2008 voor de medische, tandheelkundige, klinisch technologische en aanverwante vervolgopleidingen. Advies
2008 over de initiële opleiding geneeskunde beide vanaf 2009. Utrecht; 2008.

Het Capaciteitsorgaan is medio 1999 opgericht. Het doel is voor veld en overheid ramingen op te stellen voor medische en tandheelkundige vervolgopleidingen. In het verlengde daarvan wordt een advies afgegeven over de hoogte van de instroom in de initiële opleiding geneeskunde.

Eind 2000 bracht het Capaciteitsorgaan voor het eerst adviezen uit aangaande de instroom in de vervolgopleidingen tot medisch en tandheelkundig specialist. Er bestonden toen over een brede linie aan specialismen (grote) tekorten. Er is intussen veel tot stand gebracht. Het aantal werkzame specialisten is in de periode 2000-2007 in totaal gegroeid met ruim 4.000 van 25.540 naar 29.570. Dit is een uitbreiding met 16%, ofwel met ruim 2% per jaar. De grootste groep, de medisch specialisten (smal gedefinieerd), groeiden met 2.600. Dit was een toename van 20%, ofwel van 3% per jaar. Bij de huisartsen (zelfstandig of in diensverband) lag de uitbreiding op 970, een groei van 13%, ofwel wat minder dan 2% per jaar. Daarnaast groeide wel ook nog het aantal waarnemers. Vermoedelijk waren er 400 in 2000 en zekerder is dat dit aantal begin 2007 lag op 1.140. Uitgedrukt in fte's nam de capaciteit voor alle specialisten tezamen toe met 9,5%. Dit is duidelijk minder dan de groei van 16% in de aantallen. Mannen en vrouwen zijn minder gaan werken. Bij huisartsen was deze beweging het sterkst. Een gemiddelde huisarts werkt nu 0,76 fte. Een huisarts werkt bijna een dagdeel per week minder dan in 2000. Een mannelijke huisarts werkt nu 0,86 fte, een vrouwelijke 0,57 fte. Dit verklaart dat, afgezien van de waarnemers, huisartsen in fte's slechts met 2% groeiden in zeven jaar, terwijl ze in aantal met 13% toenamen. In de bijlage komt de kwantitatieve behoefte aan huisartsen aan de orde. Begin 2000 waren ongeveer 9.180 huisartsen ingeschreven bij de Huisartsen en Verpleeghuisartsen Registratiecommissie (HVRC). Begin 2007 waren dit er ruim 10.530. Dit gaf een toename van 1.350, ofwel van bijna 15%, ruim 2% per jaar. Dit is behoorlijk maar niet bijzonder sterk. Het totaal aantal ingeschreven medische specialisten groeide bijvoorbeeld bijna dubbel zo hard. Om in de vraag te voorzien gaat het echter niet alleen om de groei van het aantal huisartsen zelf. De organisatie van de huisartsenzorg is ook aan het veranderen. Het aantal praktijken waarin de huisarts een solist is nam gestaag af naar 45%. Bovendien diende vanaf 1999 een nieuwe beroepsgroep zich aan: de praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk (POH). Al meer dan 60% van de praktijken beschikt over een POH. Niet onbelangrijk tot slot was de oprichting van huisartsenposten. In de bijlage worden verschillende ontwikkelingen weergegeven en een advies voor de instroom in de huisartsenopleiding afgegeven.



Stuur door


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.

Reageer zelf op dit bericht



Code (verplicht)




Nooit meer de code overtypen?
Meld je aan of log in.