Reanimaties in en rond Amsterdam: uitkomsten en factoren die de uitkomsten bepalen

Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) woensdag 1 april 2009, 14:41
Thema's:

Koster RW, Waalewijn RA. Reanimaties in en rond Amsterdam: uitkomsten en factoren die de uitkomsten bepalen. Ned Tijdschr Geneeskd 2003;147(11):495-501.

Doel.
Bepalen van de resultaten van reanimaties buiten het ziekenhuis tot ontslag uit het ziekenhuis en het vaststellen van de factoren in de organisatie van de hulpverlening die de uitkomst bepalen.
Opzet. Prospectief, observationeel.


Methode. Over reanimaties in en rond Amsterdam (gemengd stedelijk/plattelandsgebied; circa 1,3 miljoen inwoners) werden tijdens en direct na de reanimatiepoging gegevens verzameld door een medewerker van de onderzoeksgroep. Deze werd gewaarschuwd door de Centrale Post Ambulancevervoer (CPA) Amsterdam en omstreken bij elke reanimatiepoging waarbij trauma geen oorzaak was van de collaps, in de periode 1 juni 1995-31 juli 1997. De gegevens betroffen onder andere tijdsintervallen, toedracht en alarmering en beloop tot overlijden of ontslag uit het ziekenhuis. Met multivariate logistische-regressieanalyse werd de bijdrage van de verschillende handelingen aan overleving bepaald.
Resultaten.
Van de 1046 patiënten met een cardiale oorzaak van de circulatiestilstand overleefden 134 (13%) tot ontslag. Bij aanwezigheid van en reanimaties door ambulancepersoneel was dit 39% (50/128), bij aanwezigheid van leken als getuigen 11% (82/778) en zonder getuigen 1% (2/140). De mediane tijd vanaf de collaps tot bellen van 112 was 1 min, tot uitsturen van de ambulance 4 min, tot aankomst van de ambulance 10,5 min en tot de eerste defibrillatieschok 11,5 min. Bij 493 (53%) van alle 922 patiënten bij wie een leek getuige van de collaps was, werden elementaire reanimatiehandelingen door omstanders uitgevoerd; hierna was de ziekenhuisoverleving 14% (69/493); zonder elementaire reanimatiehandelingen was dit 6% (26/429). In de groep van 1030 patiënten bij wie er een getuige van de collaps was, was de overlevingskans per minuut vertraging in de start van elementaire reanimatiehandelingen, in het geven van de eerste defibrillatieschok en in de start van voortgezette reanimatiehandelingen respectievelijk 26%, 17% en 11% lager. Bij de helft van alle overlevenden (70/139) waren geen voortgezette reanimatiehandelingen nodig. Conclusie.
Overleving na reanimaties was gemiddeld 13% (1-39). Ongunstige prognostische factoren waren de minuten die werden verloren tot het alarmeren van 112, tot interpretatie en verwerking van de telefonische hulpvraag, tot het starten van elementaire reanimatiehandelingen en tot defibrillatie.

Lees hier het volledige artikel



Stuur door


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.

Reageer zelf op dit bericht



Code (verplicht)




Nooit meer de code overtypen?
Meld je aan of log in.