Monitor Huisartsenzorg 2008

Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) zondag 1 maart 2009, 13:46
Thema's:

NZa. Monitor Huisartsenzorg 2008. Analyse van het nieuwe bekostigingssysteem en de marktwerking in de huisartsenzorg. Utrecht: NZa; 2008.


In 2006 is naar aanleiding van het Vogelaarakkoord de bekostigingsstructuur voor huisartsenzorg gewijzigd. Het Ministerie van VWS heeft de NZa gevraagd om de marktwerkingaspecten van het nieuwe systeem gedurende de twee jaar na invoering te monitoren. De NZa heeft daarom in juli 2007 een Oriënterende Monitor Huisartsenzorg uitgebracht met eerste indicaties. De Monitor Huisartsenzorg 2008 is de eerste reguliere monitor van de ontwikkelingen op de markt voor huisartsenzorg.

De belangrijkste constateringen en aanbevelingen zijn:
– De markt voor huisartsenzorg kent geen grote overschotten of tekorten. Dit kan veranderen door de uittreding van mannelijke fulltime-huisartsen en toetreding van jonge vrouwelijke huisartsen die parttime werken. In combinatie met de vergrijzing kan dit de komende jaren leiden tot een tekort aan huisartsenzorg. Dit vindt de NZa zeer onwenselijk.
– Het beleid van VWS is er de laatste jaren op gericht de poortwachtersfunctie van de huisarts te versterken en meer zorgactiviteiten door de huisarts te laten uitvoeren. De gemiddelde omzet per huisarts is hierdoor met € 50.000 gestegen tussen 2005 en 2007. Uit het kostenonderzoek huisartsenzorg dat de NZa begin 2009 uitvoert moet blijken of de kosten navenant zijn gestegen, of dat het alleen een inkomensstijging betreft. De omzetstijging en de daaraan
gekoppelde groei in de levering van consulten zijn te zien als een eenmalige systeemshock van 2005 op 2006. In 2007 heeft deze trend zich niet voortgezet.
– Het zorgvolume is in 2006 niet toegenomen vergeleken met de vijf jaren ervoor. Er was voor 2006 wel sprake van onderdeclaratie van consulten. Hierdoor is bij de start van de bekostigingsstructuur in 2006 het aantal te leveren consulten te laag ingeschat in de budgettering van de huisartsenzorg.
– De knip die is gemaakt tussen een gewoon consult - korter dan 20 minuten - en een lang consult - langer dan 20 minuten - geeft de verkeerde prikkel om consulten onnodig te rekken omdat de opbrengst dan hoger is. De NZa roept verzekeraars op om structureel doelmatigheidscontroles uit te voeren om dit effect van de ongewenste prikkel te ondervangen.
– Er zijn veel eerstelijnssamenwerkingsverbanden ontstaan in de vorm van zorggroepen en gezondheidscentra. Zorggroepen bestaan gemiddeld uit 76 huisartsen en richten zich op de uitvoering van (keten)zorgprogramma’s voor chronische zorg zoals diabeteszorg. Dit kan leiden tot meer efficiëntie. Van belang is dat zorggroepen niet worden gebruikt voor het collectiviseren van onderhandelingen over prijs en prestatie. In het kostenonderzoek analyseert de NZa de werking van de samenwerkingsverbanden.
– Risicoverevening in ziekenhuiszorg die achteraf plaatsvindt, werkt substitutie van tweedelijnszorg naar eerstelijnszorg tegen. Daardoor komen veel patiënten bij het ziekenhuis terecht die wellicht ook in de eerste lijn kunnen worden geholpen. De NZa heeft de verrichtingen onder de Modernisering & Innovatie module (M&I), die door huisartsen geleverd worden, zorginhoudelijk vergeleken met Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s) in de tweede lijn. De enige
zorgactiviteiten uit B-DBC’s die vergelijkbaar zijn met M&I’s zijn de begeleiding van diabetes mellitus II patiënten, het uitvoeren van ECG’s en de longfunctie-meting. Deze zorgactiviteiten vormen echter nimmer een volledig substituut van een B-DBC. De NZa concludeert dat het B-segment in de ziekenhuiszorg zorginhoudelijk gezien nauwelijks kan worden vervangen door eerstelijnszorg.
– Er zijn veel initiatieven voor het inzichtelijk maken van de kwaliteit van de huisarts, maar deze hebben er nog niet toe geleid dat kwaliteitsinformatie op het niveau van de huisarts beschikbaar is. Zo is minder dan 10% van de huisartsen NHG-geaccrediteerd. Gecertificeerden leveren de zorgstandaard die de beroepsgroep (Nederlands Huisartsen Genootschap) zelf heeft opgesteld.
– De NZa wil transparantie van kwaliteitsinformatie bevorderen. Hiertoe zullen eerst prestatie-indicatoren voor huisartsenzorg moeten worden ontwikkeld en ingevoerd. Transparantie over kwaliteit, tezamen met gelijke bekostiging voor gelijke prestaties en afbouw van de risicoverevening in ziekenhuiszorg, maakt het voor de verzekeraar mogelijk weloverwogen huisartsenzorg of tweedelijnszorg in te kopen op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. De NZa vindt het
positief dat prestatie-indicatoren zijn ontwikkeld voor Diabeteszorg, COPD en Vasculair Risicomanagement. De NZa draagt hieraan bij door te participeren in de workshop ketenindicatoren door het programma Zichtbare Zorg.
– De toegankelijkheid van huisartsen is niet optimaal en de telefonische bereikbaarheid is onvoldoende. Huisartsen werken aan verbetering van de bereikbaarheid. De analyse van SOS-arts in deze monitor maakt duidelijk dat de vrije toetreding van niche spelers in de huisartsenzorg beperkt is, doordat van iedere huisarts levering van alle zorgprestaties wordt verwacht en zorgverzekeraars niet selectief huisartsenzorg kunnen inkopen. De NZa stelt voor om bij de
aanpassing in de bekostigingsstructuur de zorgprestaties functioneel te omschrijven, zodat de structurele belemmeringen voor toetreding van nichespelers worden weggenomen.
– De NZa voorziet een schaarste aan huisartsen in de toekomst. Ook is de bereikbaarheid van huisartsen niet optimaal. Tevens constateert de NZa dat er drempels zijn voor de toetreding van niche-spelers. Er is een aantal mogelijkheden om op deze ontwikkelingen in te spelen. Het vergroten van het aantal opleidingsplaatsen is een middel. Voorts het vergroten van de capaciteit aan huisartsenzorg door het aanspreken van de verborgen capaciteit. Het gaat dan om het inzetten van gepensioneerde huisartsen, basisartsen, sportartsen, arbo-artsen, sos-artsen, die geen eigen praktijk hebben en/of (meer) willen
werken. Dit kan mogelijk worden gemaakt door het meer functioneel omschrijven van zorgprestaties, zodat ook andere zorgaanbieders huisartsenzorg kunnen leveren zoals huisartsen die plegen te bieden. De NZa benadrukt dat deze artsen verantwoordelijk zijn voor de continuïteit van zorg aan de patiënt en toegang moeten hebben tot het gehele medische dossier. De NZa zal dit jaar voorstellen doen om de eigen beleidsregels aan te passen zodat andere zorgaanbieders ook huisartsenzorg kunnen leveren. Volgens de Zorgverzekeringswet is er geen inschrijfplicht van verzekerden om huisartsenzorg te ontvangen. Er zijn dus wettelijk mogelijkheden om passantentarieven open te stellen voor andere zorgaanbieders. De beleidsregels van de NZa beperken het gebruik van passantentarieven in de huisartsenzorg nu voor incidentele en acute hulp aan niet-ingeschrevenen. De NZa overweegt deze beperking op te heffen.
– Risicoverevening in ziekenhuiszorg die achteraf plaatsvindt, werkt substitutie van tweedelijnszorg naar eerstelijnszorg tegen. De NZa stelt voor om deze risico-verevening, ook in het A-segment, versneld af te bouwen.

lees hier de hele monitor



Stuur door


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.

Reageer zelf op dit bericht



Code (verplicht)




Nooit meer de code overtypen?
Meld je aan of log in.