Samen werken aan beter samenwerken
Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) zondag 1 maart 2009, 16:40- Huisartsen (en HAP) |
- Ketensamenwerking |
- Klacht en diagnose |
- Onderzoek |
- Doorgeklikt: 777 keer
- | Nog geen reacties
van Vlerken R. Samen werken aan beter samenwerken. Een onderzoek naar de samenwerking tussen huisartsenposten en crisisdiensten van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Utrecht; Julius Centrum voor gezondheidswetenschappen en eerstelijns geneeskunde, 2006.
In dit onderzoek is de samenwerking tussen huisartsenposten en crisisdiensten van de GGz beschreven om te komen tot een ideaal zorgmodel voor de samenwerking tussen deze. Dit is gebeurd door middel van semi-gestructureerde interviews met ervaren professionals werkzaam bij huisartsenposten en crisisdiensten waarmee deze samenwerken, in drie regio’s in Nederland. Als leidraad bij de interviews golden tien voorwaarden waaraan een ideaal zorgmodel zou moeten voldoen, zoals beschreven door Schrijvers et al. In deze samenvatting worden per hoofdstuk kort de belangrijkste conclusies beschreven.
In de samenwerking moet ondescheid worden gemaakt tussen patiënten die wel en patiënten die niet bij de GGz bekend zijn: patiënten die bij de GGz bekend zijn worden geplaatst op een crisislijst die bekend is bij de huisartsenposten. Deze patiënten kunnen zonder somatische beoordeling worden doorverwezen. Bij alle andere patiënten moet eerst somatiek worden uitgesloten.
In de samenwerking met andere verwijzers als politie, GGD en maatschappelijk werk is het van belang gezamenlijk te komen tot goede afspraken over verwijzingen. Momenteel worden afspraken nog te vaak met individuele partijen gemaakt en niet met alle ketenpartners gezamenlijk. Het is van belang een feedback-systeem te ontwikkelen welke feedback beschrijft op werkvloer-, management- en directieniveau. Verder dient aandacht besteed te worden aan het geven van positieve feedback.
In één regio is ervaring opgedaan met een SPV’er op de huisartsenpost. Het bleek dat deze in praktijk te weinig aanbod van patiënten had om deze construcie effectief te laten zijn. Er blijkt vanuit de huisartsenposten wel behoefte aan het laagdrempelig consulteren van een SPV’er. Wanneer per 4-5 huisartsenposten een SPV’er gestationeerd wordt in wakkere dienst wordt de mogelijkheid tot laagdrempeliger consulteren door de huisartsenpost gecreërd. Wanneer een samenwerking leidt tot een protocol of stroomschema kan dit meerdere doelen dienen. Allereerst als medium voor het onderwijzen van werknemers in hoe in praktijk beslissingen te nemen. Ten tweede biedt het een onderhandelingsinstrument wanneer er zich meningsverschillen met patiënten of ketenpartners voordoen. Ten derde bieden stoomschema’s en protocollen een kader voor de organisatiestructuur. Er is vanuit de dokterassistenten behoefte aan regelmatige nascholing in het omgaan met de psychiatrisch/psychosociale patiënt. Dit vloeit voort uit het feit dat de doktersassistentes vaak moeite hebben in het adequaat benaderen van deze groep.
Nascholing kan het best georganiseerd worden vanuit de GGZ-instelling waar de huisartsenpost mee samenwerkt, en gegeven worden door SPV’ers die werkzaam zijn bij de crisisdienst. Binnen deze nascholing kunnen, afhankelijk van de ‘hulpvraag’ van de doktersassistentes handvatten gegeven worden in het omgaan met patiënten, actuele problemen worden besproken en via presentaties meer inzicht gegeven worden in bepaalde ziekte- en toestandsbeelden. Het is belangrijk dat deze nascholing een regulier karakter heeft. In praktijk blijkt dat huisartsenposten zeer beperkte informatie van de GGz krijgen over patiënten die op een crisislijst staan. De enige manier waarop de HAP meer informatie over deze patiënten kan inzien is via de systemen van de eigen huisartsen. Door middel van koppeling van de informatiesystemen van huisartsen aan de systemen van de huisartsenposten hebben behandelaars in ANW-uren direct toegang tot informatie over patiënten. Dit is de meest ideale situatie en zal leiden tot een adequatere behandeling.
Crisisteams hebben wanneer ze onderweg zijn geen inzage in dossiers van patiënten, ook niet als deze al bij de GGz bekend zijn. Als de teams informatie willen over patiënten kunnen zij deze telefonisch opvragen bij de instelling maar dit duurt vaak erg lang. Idealiter zouden deze dossiers online beschikbaar moeten zijn voor de crisisteams zodat deze de informatie gemakkelijk per palm- of laptop kunnen inzien. Het gebruik van managementinstrumenten als benchmarking waar de samenwerking daadwerkelijk kwalitatief wordt gemeten zal ertoe leiden dat de samenwerking beter wordt vanuit de drang naar prestatie van de medewerkers. Vanuit het oogpunt van de patiënt kan benchmarking gebruikt worden om de kwaliteit van onderlinge huisartsenposten en crisisdiensten te vergelijken. Benchmarking geeft de patiënt handvatten om betere keuzes te maken. Verder geeft benchmarking de overheid handvatten de huisartsenposten en crisisdiensten te controleren op het uitvoeren van hun functie, teneinde de zorg op een zo hoog mogelijk niveau te krijgen. Wanneer solitaire huisartsenposten zich verenigen in stichtingen, zijn meer menskracht en middelen voorhanden om deze samenwerking met de crisisdiensten projectmatig aan te pakken.
Lees hier het hele rapport




Reacties