GGz buiten kantooruren. De huidige situatie in Utrecht
Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) zondag 1 maart 2009, 16:12- Huisartsen (en HAP) |
- Ketensamenwerking |
- Klacht en diagnose |
- Onderzoek |
- Spoedeisende hulp (SEH) |
- Doorgeklikt: 1450 keer
- | 2 reacties
Wegewijs MA. GGz buiten kantooruren. De huidige situatie in Utrecht. Utrecht: Julius Centrum voor gezondheidswetenschappen en eerstelijns geneeskunde, 2007
Inleiding
In een samenwerkingsverband van Platform Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) Utrecht, Primair Huisartsenposten, de cliëntenraad Altrecht, Cliëntenbelang Utrecht en in een later stadium Altrecht is in 2006 het project "toegankelijke avond, nachten en weekend (ANW)zorg voor GGz-cliënten" geïnitieerd. Dit project heeft als doelen: een snellere toegang voor GGz-cliënten in de spoedzorg, een betere samenwerking tussen de huisartsenpost en de crisisdienst en een betere inzet van GGz-deskundigheid in de eerste lijn. In het project zal een medewerker van de crisisdienst enkele uren per dienst aanwezig zijn op de huisartsenpost Utrecht stad en beschikbaar zijn voor telefonische triage en directe consultatie door de huisarts. Om de effecten van dit project goed te kunnen evalueren, is inzicht in de huidige situatie vereist. Het Julius Centrum heeft een nulmeting verricht, met als centrale vraagstellingen:
1. "Wat zijn de kenmerken van het zorgproces rondom patiënten met een acute psychische zorgvraag in de avond-, weekend- en nachturen in de stad Utrecht?"
2. "Wat zijn de knelpunten en gewenste verbeteringen in de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg in de ANW-uren zoals ervaren door de hulpverleners?"
3. "Wat zijn de knelpunten en gewenste verbeteringen in de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg in de ANW-uren zoals ervaren door de cliënten?"
Methode
Er is gebruik gemaakt van een vierledige onderzoeksopzet. De eerste vraag, een objectieve benadering van de huidige organisatie, is kwantitatief beantwoord door het analyseren van data uit de Meetweek 2006. Kwalitatief antwoord op deze vraag is uit semi-gestructureerde interviews met professionals gekomen. De tweede vraag, de subjectieve benadering van de huidige organisatie, is voornamelijk beantwoord uit interviews met professionals. Op extra verzoek van de huisartsenpost is ter beantwoording van de tweede vraag een vragenlijst gemaakt. Deze is vier weken in begin 2007 beschikbaar geweest op de post. De derde vraag, de subjectieve benadering van de huidige organisatie vanuit de cliënten, zal beantwoord worden aan de hand van een literatuurstudie en aanvullend uit gesprekken met leden van de stuurgroep van het project "toegankelijk ANW-zorg voor GGz-cliënten." De afgelopen jaren zijn er in opdracht van CliëntenBelang Utrecht en het Platform GGz Utrecht verscheiden onderzoeken gedaan naar de ervaringen van cliënten.
Beschrijving huidige situatie
Op dit moment is de geestelijke gezondheidszorg (GGz) in de ANW-uren ingedeeld in de eerste- en tweedelijnszorg. Iedere patiënt die in de ANW-uren behoefte heeft aan zorg wordt geacht in eerste instantie telefonisch contact op te nemen met de huisartsenpost. Na de telefonische triage door de assistent kan er besloten worden de huisarts terug te laten bellen, de patiënt uit te nodigen op de post of om op visite te gaan. De huisarts stelt het beleid vast aan de hand het klinisch beeld en indien mogelijk het registratiesysteem van de post, met daarin verslaglegging van eventuele eerdere bezoeken van de patiënt aan de post. Na afloop van het consult ontvangt de reguliere huisarts van de patiënt elektronisch bericht van de post. De post verwijst 18% van de patiënten met psychiatrische klachten naar de crisisdienst. Daarmee is de huisartsenpost, naast de politie (24%), een grote verwijzer naar de crisisdienst in de ANW-uren. De huisartsenpost mag cliënten die onder behandeling zijn bij de GGz of recent zijn uitgeschreven ongezien naar de crisisdienst verwijzen. Daarnaast is de afspraak dat àls de huisarts een cliënt aanmeldt, de crisisdienst komt kijken. In een gemiddelde week krijgt de crisisdienst te maken met 21 patiëntencontacten in de ANW-uren. De crisisdienst is een tweedelijns instelling en is in de ANW-uren alleen bereikbaar via een verwijzing van de eerste lijn, enkele uitzonderingen daargelaten. De crisisdienst is bereikbaar via een meldpuntnummer, wat uitkomt bij de portier van het Willem Arntz huis. De portier noteert de gegevens van patiënt en hulpverlener en piept de dienstdoende crisisinterventor op. De crisisinterventor belt de hulpverlener terug. Vaak overlegt de crisisinterventor met de achterwacht, waarna het beleid ingezet wordt. In de ANW-uren wordt in 70% van de hulpvragen besloten tot interventie, waarbij de crisisinterventor en de psychiater gezamenlijk op pad gaan.
Knelpunten & verbeterpunten
De grootste door de hulpverleners ervaren knel- en verbeterpunten zijn: Een aanzienlijk deel van de assistenten op de huisartsenpost weet niet hoe te handelen en voelt zich niet bekwaam als een patiënt met een psychose of een persoonlijkheidsstoornis belt. De triage protocollen van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) die als leidraad dienen voor de assistent, voldoen niet. Volgens de huisartsen zijn de grootste struikelblokken in de huidige organisatie van de GGz de hoeveelheid tijd die nodig is om de hulpvraag van een psychiatrische patiënt te beantwoorden en de gebrekkige bereikbaarheid en toegankelijkheid van de crisisdienst. Andere knelpunten zoals ervaren door de huisartsen zijn: het gebrek aan inzicht in het dossier van de reguliere huisarts; de crisisdienst heeft bij consultatie in de ANW-uren geen toegang tot eigen dossiers; de terugrapportage vanuit de crisisdienst is niet consequent aanwezig; het gebrek aan een protocol. De gesproken medewerkers bij de crisisdienst zijn erg tevreden over de huidige organisatie en samenwerking binnen de GGz. Kleine veranderingen die voor verbetering zouden kunnen zorgen: consequentere feedback aan de verwijzer; verbeteren van begrip tussen de verwijzer en de crisisdienst; daadkrachtiger optreden van de huisarts; inzicht in elkaars deskundigheden en werkterrein.· Hoewel de samenwerking tussen politie en de crisisdienst sinds de invoering vaneen convenant in 2004 sterk verbeterd is, blijft op operationeel niveau de frustraties uit het verleden de kop op steken. De cliënten ervaren als grootste knelpunt het gebrek aan laagdrempelige, direct toegankelijke op maat gemaakte GGz in de ANW-uren. Ze wensen altijd, zonder verwijzing of de noodzaak tot "over-acting," hun verhaal kwijt te kunnen aan een deskundige hulpverlener. Sterk belang wordt gehecht aan het verbeteren van de toegankelijkheid van de GGz, betere steun geven aan belangrijke anderen, de samenwerking tussen verwijzers, de crisisdiensten en het vervolgtraject verbeteren.
Conclusie
Concluderend kunnen we stellen dat de huidige organisatie van de GGz in de ANW-uren in Utrecht zich kenmerkt door veel verschillende hulpverleners die adequaat moeten samenwerken om het zorgproces te kunnen stroomlijnen. De grootste ervaren knelpunten, zowel door eerstelijns hulpverleners als door cliënten, liggen in de overgangen tussen de verschillende hulpverleners, zoals de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de crisisdienst maar ook het begrip tussen de hulpverleners. De verwachting is dat het project de ervaren knelpunten van cliënten en hulpverleners zal verbeteren en daarnaast een positieve impuls aan de samenwerking tussen hulpverleners geeft, onderling begrip verbeterd en inzicht geeft in werkomstandigheden en deskundigheden. De evaluatie van het project zal echter moeten uitwijzen of de fysieke aanwezigheid van een crisisinterventor op de huisartsenpost de meest optimale oplossing voor de knelpunten is.
Lees hier de hele scriptie




Reacties
Interessant project, Ik ben SPV in Amsterdam en heb regelmatig te maken met GGZ clienten die via de huisartsenpost hulp zoeken. Ik ben benieuwd naar de uitkomsten.
Ik vroeg mij ook af, wat is de looptijd van dit project. De link om het volledige rapport te downloden weigert op dit moment dienst.
Tannie schreef op donderdag 1 april 2010 om 09:25:
Als het goed is werkt de link weer, daar kunt u de gehele rapportage vinden