Capaciteitsorgaan: jaarlijks 43 aios spoedeisende hulp opleiden
Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) woensdag 21 januari 2009, 11:05- Onderwijs |
- Spoedeisende hulp (SEH) |
- Doorgeklikt: 1030 keer
- | Nog geen reacties
Capaciteitsorgaan. Capaciteitsplan 2008. Voor de medische vervolgopleiding spoedeisende geneeskunde. Behoeftebepaling Spoedeisende Hulp Artsen. Utrecht: 2008
Conform de naamgeving richt de spoedeisende geneeskunde en daarmede de spoedeisende hulp (SEH-)arts zich primair op dat deel van het medisch terrein waar de zorg onmiddellijk of dringend wordt gevraagd. In tegenstelling tot het buitenland is het in ons land tot op heden een vrij pril eigen vak- of deelgebied, dat ook pas zeer recent een formele status en erkenning als zogenaamd profiel heeft gekregen.
Aanbod
In die zin zal het geen verbazing wekken, dat de huidige groep gecertificeerde SEHartsen nog klein én jong van omvang is. Begin 2008 waren er bijna 75 voor ruim 70 fte intramuraal werkzaam,waarvan de overgrote meerderheid jonger dan 40 jaar. Bovendien is meer dan de helft (53%) vrouw,welke aandeel de komende jaren naar verwachting nog groter zal worden.Voor nu en straks is dit met name van belang in
verband met het meer parttime werken van vrouwen dan mannen. Momenteel geldt dit voor 40% van de vrouwen en 10% van de mannen.
Opleiding
Afgaande op wat er nu in de pijplijn van de opleiding zit, zal het aantal SEH- artsen de komende drie jaren in ieder geval flink toenemen. Dit in de wetenschap, dat er begin 2008 totaal bijna 130 SEH- aios met de driejarige opleiding tot SEH- arts bezig waren. Bijna 70% hiervan is vrouw. De opleiding is op dit moment gespreid in ongeveer dertig erkende instellingen/ziekenhuizen met meestal een chirurg als primaire opleider.
Ziekenhuizen
Afgaande op de feitelijke ontwikkeling in de laatste vier jaren doen steeds meer patiënten een beroep op de SEH-afdeling. Het aantal bezoekers steeg van ruim 1.920.000 in 2004 naar 2.060.000 in 2007, d.i. 7,2% meer of van jaar op jaar 2,4%. Niet al deze bezoekers maken echter een kans door een SEH- arts gezien en eventueel behandeld te worden. Bijna 65% van de ziekenhuizen beschikt op dit moment namelijk (nog) niet over één of meerdere gecertificeerde SEH- artsen en in het verlengde daarvan over deze functie. Dit geldt dan voor zowel academische - als
algemene ziekenhuizen.
Consumptie
Verder zijn er regionale consumptieverschillen, die ongetwijfeld voor een deel samenhangen met de mate van verstedelijking en in het verlengde daarvan het aanwezige ziekenhuisaanbod. Zo tellen perifere gebieden als Drenthe en Zeeland relatief de helft minder SEH-bezoekers dan bijvoorbeeld Noord-Holland. Dergelijke verschillen komen ook naar voren bij de omvang van de SEH-afdelingen,waarbij een onderscheid is gemaakt in zgn. kleine, middelgrote en grote afdelingen.
Scenario’s
Met het oog op morgen zijn een viertal scenario’s ontwikkeld. Belangrijk uitgangspunt is de beschikbaarheid geweest,waarbij met name is aangesloten bij de conclusies en acties daaromtrent van de Inspectie Gezondheidszorg. Deze stelde namelijk eind 2004, dat alle ziekenhuizen met een SEH-afdeling op korte termijn moeten voldoen aan de norm dat op een dergelijke afdeling tenminste de 7x24 uur
beschikbaarheid van een arts met voldoende deskundigheid en tenminste twee jaar ziekenhuiservaring is gegarandeerd.
Behoefte
In dit kader is de fictieve behoefte bij een (minimale) 12 of 24-uurs bezetting van SEHartsen berekend. Allereerst voor een drietal scenario’s, rekening houdend met de omvang van de diverse SEH-afdelingen. In een later stadium tevens voor een vierde scenario, rekening houdend met het zgn. level van de SEH-afdeling/ziekenhuis. Hieruit komt een fictieve behoefte van minimaal ruim 400 tot maximaal ruim 700 SEHartsen
tevoorschijn, hetgeen dus een toekomstige uitbreiding van iets minder dan 350 tot iets meer dan 650 SEH- artsen zou betekenen.
Overwegingen
De vraag welk scenario voor straks het meest van toepassing is, valt op dit moment moeilijk te beantwoorden. Daarvoor zijn er nog teveel onzekerheden rondom de implementatie van dit jonge ‘profiel’ in het ‘veld’. Daarbij kan zowel gedacht worden aan de mate waarin de ziekenhuisbesturen de komende planperiode SEH- artsen daadwerkelijk zullen gaan aanstellen als aan de mate waarin ieder ziekenhuis straks
nog wellicht over een dergelijke SEH-afdeling zal beschikken. Bij een beoogde omslag naar meer (reguliere) marktwerking behoeft dit namelijk zeker geen Wet van Meden en Perzen te zijn.
Advies
Met behulp van een drietal instroomvarianten (26, 43, en 59) is voor ieder scenario het zgn. jaar van evenwicht berekend. In dat jaar zijn er dan naar verwachting genoeg SEH- artsen om aan de vraag te voldoen. Naarmate de instroom groter is, zal dit tijdpad natuurlijk korter zijn. Bij de afweging hiervan dient echter ook rekening te worden gehouden met de pas op de langere termijn te verwachten vervangingsvraag van de huidige groep SEH- artsen in relatie tot de continuïteit van de opleidingscapaciteit. Mede hiermede rekening houdend resulteert uiteindelijk een
voorkeur voor de genoemde middenvariant en adviseert het Capaciteitsorgaan dus een jaarlijkse instroom van minimaal 43 SEH- aios.
Lees hier het hele rapport




Reacties