Huisartsenposten onvoldoende alert op kindermishandeling

Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) donderdag 18 november 2010, 11:15
Thema's:

IGZ. Huisartsenposten onvoldoende alert op kindermishandeling. Inventariserend onderzoek naar de kwaliteit van de signalering van kindermishandeling op huisartsenposten. Den Haag: IGZ, 2010

Kindermishandeling is een belangrijk volksgezondheidsprobleem. Tussen de 100.000 en 170.000 kinderen zijn jaarlijks slachtoffer van kindermishandeling. Dit heeft ernstige gevolgen voor het individuele kind maar ook grote maatschappelijke consequenties. Goede en tijdige signalering van kindermishandeling is daarom belangrijk. In dit rapport doet de inspectie verslag van haar onderzoek naar de aanwezigheid van de voorwaarden voor een verantwoorde signalering van kindermishandeling op huisartsenposten.

Er zijn diverse redenen om op huisartsenposten (HAP’s) extra alert te zijn op signalen van kindermishandeling. Op de HAP komen verhoudingsgewijs meer kinderen dan in de dagpraktijk en de HAP biedt de mogelijkheid om in betrekkelijke anonimiteit hulp te zoeken en de eigen huisarts te ontwijken. Tenslotte geeft deze betrekkelijk anonieme positie de huisarts op de HAP wellicht een betere positie om een gesprek met de ouders te beginnen over een vermoeden van kindermishandeling. Tevens blijkt uit onderzoek dat kindermishandeling op de HAP nog slecht wordt herkend. In het voorjaar van 2009 hebben de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en de Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN) een ‘Handreiking’ opgesteld voor de signalering van kindermishandeling in de huisartsenzorg. Na implementatie moet de signalering verbeteren. Ter stimulering heeft de inspectie begin 2010 alle 121 HAP’s in Nederland bevraagd op de aanwezigheid van een aantal voorwaarden die staan in voornoemde Handreiking en die belangrijk zijn voor de gestructureerde aanpak van de signalering van kindermishandeling.

De algemene conclusie van dit onderzoek is dat de HAP’s de voorwaarden voor verantwoorde signalering van kindermishandeling nog onvoldoende hebben ingevuld. Geen enkele HAP voldeed aan de gestelde normen. HAP’s gebruiken screeningsinstrumenten niet structureel, medewerkers zijn onvoldoende geschoold, afspraken met ziekenhuizen en met het AMK zijn slechts beperkt aanwezig en HAP’s houden geen registraties over de signaleringen bij. Deze conclusie kwam voor de inspectie niet onverwacht. De inspectie heeft dit onderzoek uitgevoerd om de HAP’s te confronteren met deze lacunaire situatie in de hoop en de verwachting dat dit hen doordringt van de noodzaak om snel orde op zaken te stellen. Uit opmerkingen bij de ingevulde vragenlijsten bleek gelukkig dat de meeste HAP’s wel actief met het onderwerp ‘kindermishandeling’ bezig zijn.
De inspectie heeft aan alle HAP’s gevraagd om voor 1 juli 2010 een plan van aanpak op te stellen waarin ze aangeven hoe en op welke termijn ze aan de voorwaarden van de inspectie gaan voldoen. 91 van de 121 posten hebben een plan aangeleverd. Eind 2011 herhaalt de inspectie het onderzoek. Bij de HAP’s die in december 2011 nog niet voldoen aan de voorwaarden voor een verantwoorde signalering van kindermishandeling zal de inspectie zonodig handhavend optreden.

Lees hier het volledige rapport



Stuur door


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht.

Reageer zelf op dit bericht



Code (verplicht)




Nooit meer de code overtypen?
Meld je aan of log in.