Kwaliteit van zorg voor zelfverwijzers op de Spoedeisende Hulp
Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) maandag 6 september 2010, 10:08- Spoedeisende hulp (SEH) |
- Patiëntenstromen |
- Doorgeklikt: 803 keer
- | Nog geen reacties
De Bont M. Kwaliteit van zorg voor zelfverwijzers op de Spoedeisende Hulp. Nijmegen: IQ healthcare; 2010
Deze scriptie geeft de resultaten weer van een inventariserende pilot-studie naar zorgkenmerken van zelfverwijzers op de SEH en follow-up bij de huisarts.
Veel patiënten op de Spoedeisende Hulp (SEH) in Nederland zijn zelfverwijzers; patiënten die op eigen initiatief en zonder verwijzing van een arts op de SEH terechtkomen. De klachten van zelfverwijzers zijn over het algemeen niet spoedeisend. De opvatting heerst dat zelfverwijzers beter door de huisarts of huisartsenpost (HAP) opgevangen kunnen worden. Er is zelfs een trend in de richting van meer samenwerking en co-locatie HAP en de SEH waarbij de HAP de zelfverwijzers opvangt.
Doel van het onderzoek
Onderzoek naar de kwaliteit van zorg voor zelfverwijzers op de SEH en het in kaart brengen van de follow-up fase bij de huisarts.
Methode
Inventariserende pilot-studie waarbij middels retrospectieve dossieranalyse patiënt- en zorgkenmerken van zelfverwijzers op de SEH van UMC St Radboud, en de follow-up periode bij huisartsenpraktijk 't Weeshuis werden geanalyseerd.
Resultaten
In het onderzoek zijn 253 patiëntencontacten geëvalueerd. Van de zelfverwijzers was 58,9% van het mannelijk geslacht. De grootste groep zelfverwijzers bevond zich in de leeftijdscategorie tussen 16 en 45 jaar. Bij 21,7% van de zelfverwijzers was een NHG-standaard van toepassing op de klacht, deze werd in veel gevallen gevolgd. Echter, er werden 16 patiënten onnodig verwezen naar de polikliniek. Bij 40,7% van de zelfverwijzers werd beeldvormend onderzoek ingezet. Bij 90 zelfverwijzers werd een ander specialisme in consult gevraagd. Het grootste deel van de therapie (82,2%) bestond uit zorg die uitgevoerd had kunnen worden door een verpleegkundige of huisarts. Van de zelfverwijzers werd 29,2% verwezen naar de polikliniek. Ongeveer 80% van de zelfverwijzers zou niet door de eigen huisarts zijn ingestuurd. Een groot deel (28,5%) van de zelfverwijzers bezocht nadien de eigen huisarts. Bij deze groep werd in 2 gevallen de diagnose veranderd, in 15 gevallen het beleid en bij 3 patiënten traden complicaties op. In 2 gevallen was er sprake van mogelijk onveilige zorg.
Conclusie
Hoewel artsen op de SEH aanvullend onderzoek en verwijzingen bij zelfverwijzers efficiënter kunnen uitvoeren kunnen we concluderen dat de kwaliteit van zorg voor zelfverwijzers op de SEH over het algemeen goed is. Aspecten als doelmatigheid, continuïteit en veiligheid zijn onderzocht. Daarnaast werd gevonden dat ongeveer 80% van de zelfverwijzers door de eigen huisarts zou kunnen worden behandeld.
Lees hier de hele scriptie




Reacties