Het gebruik van spoedzorg Regio Utrecht 2009
Bibliotheek (Redactie Bibliotheek) maandag 18 januari 2010, 10:11- Ambulancezorg |
- Huisartsen (en HAP) |
- Onderzoek |
- Spoedeisende hulp (SEH) |
- Doorgeklikt: 727 keer
- | Nog geen reacties
Bos N, Lever TM, van Stel HF, Schrijvers AJP. Het gebruik van spoedzorg Regio Utrecht 2009. Utrecht: Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde; 2009
In 2009 heeft het Julius Centrum een Meetweek/Meetmaand georganiseerd met als vraagstelling: “Welke kenmerken heeft het gebruik van het netwerk van spoedzorg in de regio Utrecht in 2009?’’ De volgende soorten aanbieders binnen de keten van spoedzorg in de regio Utrecht hebben deelgenomen aan de Meetweek/Meetmaand: de huisartsenposten, de ambulancezorg, de spoedeisende hulp afdelingen, de Thuiszorg, de Geestelijke Gezondheidszorg, de intensive care afdelingen en de dienstapotheken. De intensive care afdelingen en de dienstapotheken hebben de spoedzorgcontacten van 1 week geregistreerd; de overige instellingen hebben de spoedzorgcontacten van 4 weken geregistreerd.
Uit bovengenoemde vraagstelling zijn drie onderzoeksvragen afgeleid:
1. Welke kenmerken hebben de patiënten die zich melden bij de aanbieders van spoedzorg in de regio Utrecht?
2. Wat zijn de kenmerken van de verleende spoedzorg in de regio Utrecht naar zorgaanbieder?
3. Hoe verhouden deze kenmerken zich ten opzichte van de kenmerken van het gebruik van spoedzorg gemeten in 2008?
Gedurende de Meetmaand hebben 43602 contacten plaatsgevonden, verdeeld over alle deelnemende aanbieders van spoedzorg in de regio Utrecht. Het
geslacht van het totaal aan contacten was gedurende de Meetweek gelijk verdeeld. Patiënten in de leeftijd van 65 jaar en ouder vormden voor deze totale
groep contacten de categorie met de grootste vraag naar spoedzorg. Echter per soort zorginstelling heeft een andere leeftijdscategorie de grootste vraag naar spoedzorg.
In totaal heeft de ambulancezorg 6678 contacten afgehandeld. Er is een afname in het aantal A1- en A2-ritten van 913 in 2008 naar 834 in 2009 in de
Meetweek, vooral het aantal A1-ritten is afgenomen. Van de A1- en A2-ritten werden de meeste mensen naar de spoedeisende hulp vervoerd (60,6%). De
mediane responstijd (T1) van de A1-ritten was 9 minuten.
De huisartsenposten hebben in de Meetmaand 21036 contacten geregistreerd, dit is een toename van het aantal contacten ten opzichte van 2008. Het
grootste deel van de contacten betrof een routine zorgvraag U4 (51,9%) en ongeveer de helft van de contacten vond plaats op de huisartsenpost in de vorm van een consult (49,5%). De zorgvragen zijn minder urgent getrieerd in vergelijking met 2008. Een mogelijke verklaring kan zijn dat alle triagisten in 2009 gecertificeerd zijn geraakt, waardoor het onderscheid in U3 en U4 is aangescherpt.
Op de spoedeisende hulp hebben 13071 contacten plaatsgevonden, dit is een toename van het aantal contacten ten opzichte van 2008. Van deze contacten heeft 41,1 procent op eigen initiatief de spoedeisende hulp bezocht. Het betroffen voornamelijk zorgvragen rondom het bewegingsapparaat en scheur- en snijwonden. 73,1 procent van de patiënten kon na het bezoek aan de spoedeisende hulp weer naar huis. De helft van de contacten (50,1%) werd ingedeeld in de urgentiecategorie groen (MTS) of 4 (NTS). De mediane verblijfsduur op de spoedeisende hulp was 114 minuten.
Bij de thuiszorg hebben 186 spoedzorgcontacten plaatsgevonden. Ongeveer de helft van deze contacten vindt plaats op zaterdag en zondag. Bij 60 procent van de spoedzorgcontacten betreft het een handeling rondom catheter of stoma problematiek.
De crisisdiensten van de geestelijke gezondheidszorg heeft 255 spoedzorgcontacten geregistreerd. 71,5 procent van de contacten wordt gemeld tussen 8:00 – 17:00 uur. De afhandeling van de contacten is in 34,7 procent telefonisch. In vergelijking met voorgaande jaren wordt de afhandeling vaker door middel van een huisbezoek (11,0%), op het politiebureau (13,6%) of op de locatie van de crisisdienst (32,2%) gedaan. In 14,8 procent van de spoedzorgcontacten wordt de cliënt vrijwillig of gedwongen opgenomen.
De intensive care afdelingen hebben 167 contacten geregistreerd in de Meetweek. In 65,7 procent betrof het een mannelijke patiënt. 56,0 procent van de
patiënten was ouder dan 65 jaar. Bij 33,3 procent van de opnames betrof het een spoedopname, waarbij 21,9 procent van de patiënten direct werd
binnengebracht via de spoedeisende hulp, ambulance, vanaf huis of polikliniek. Het insturend specialisme betrof in 74,8 procent van de gevallen een snijdend specialisme.
Bij de dienstapotheken hebben 2209 contacten plaatsgevonden tijdens de Meetweek. De voorschrijver van de medicijnen is vaak een huisarts (67,9%). In de meeste gevallen betreft het een voorschrift voor antibacteriële middelen (28,1%). De uitkomsten van Meetweek 2008 en Meetmaand 2009 zijn vergeleken. De kenmerken van de patiënt die gebruik heeft gemaakt van de spoedzorg in deze regio zijn gelijk gebleven. De leeftijd is ingedeeld, overeenkomstig met de spoedzorgatlas1, in andere categorieën dan voorgaande jaren. Het aantal contacten in 2009 (N=12561) is gelijk gebleken in vergelijking met 2008 (N=12636) als gekeken wordt naar dezelfde week. Per instelling zijn er wel enige veranderingen; het aantal spoedzorgcontacten bij de HAP en SEH namen toe en het aantal spoedzorgcontacten bij de ambulancedienst, Thuiszorg en GGZ namen af.
Lees hier het hele rapport




Reacties